Uit de Woningwet (artikel 42, lid 1) volgt dat de gemeenteraad elke 5 jaar een Woonvisie vaststelt, waarin het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid voor ten hoogste de eerstvolgende vijf kalenderjaren is neergelegd. Op 14 maart 2024 heeft de gemeenteraad van Rotterdam de Woonvisie ‘Een koers tot 2040 en acties voor de komende 5 jaar’ vastgesteld. Onder de Omgevingswet blijft een Woonvisie als bedoeld in artikel 42, lid 1, van de Woningwet gelden totdat een volkshuisvestingsprogramma van kracht wordt.
De Rotterdamse Woonvisie richt zich op alle facetten van wonen: de hoeveelheid woningen, kwaliteit van woningen, de leefomgeving, woonruimteverdeling en specifieke doelgroepen. Het dient als kompas voor de gemeente en vormt de basis voor prestatieafspraken tussen de gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties.
De vier pijlers van de Woonvisie zijn:
► Meer en betaalbare woningen;
► Toekomstbestendige woningen en vitale wijken;
► Huisvesting van aandachtsgroepen;
► Betere positie op de woningmarkt.
In de aanloop naar de Woonvisie heeft de gemeenteraad in 2023 een woonakkoord vastgesteld: een akkoord bestaande uit 10 uitgangspunten die als richtinggevend kader dienden voor het opstellen van de Woonvisie. Het proces waarmee de Woonvisie tot stand is gekomen is uitgebreider beschreven in de bijlage ‘Achtergrond – Themapagina Woonvisie”. Ook bevat dit document een overzicht van stukken en onderwerpen gerelateerd aan de Woonvisie.
Actueel
(Collegebrief met afdoeningsvoorstel toezeggingen over Monitoring Woonvisie) [25bb004494] besproken.
Op 8 juli 2026 vindt er in de commissie Bouwen & Wonen een debat in het kader van de Woonvisie plaats. Tijdens deze bespreking staan de volgende stukken centraal:
► Gebiedsgerichte vertaling van de opgaven uit de Woonvisie [25bb009627]
► Voortgangsrapportage Woonvisie 2026 [26bb003473]
► Monitor Flexwonen [26bb000304]
Ter voorbereiding op de bespreking vindt op 24 juni 2026 een inwerksessie Woonvisie plaats.
Nog openstaande moties gerelateerd aan de Woonvisie zijn gelinkt bij ‘Moties en schriftelijke vragen’.